Zonnepanelen
Hoeveel panelen passen er op mijn dak?
6 min leestijd
Het aantal panelen op je dak is geen rekensom van oppervlakte gedeeld door paneelmaat. Dakvorm, obstakels, schaduw en je eigen verbruik bepalen samen wat er past — en wat verstandig is om te plaatsen.

Wat er na dakramen en doorvoeren overblijft.
Schuin, plat, meerdere vlakken of een dakkapel.
Bomen, schoorstenen en het huis van de buren.
Meer panelen is niet altijd meer voordeel.
Wat bepaalt het aantal panelen?
We beginnen bij het dak zelf en werken naar een indeling toe die technisch klopt en bij je verbruik past:
- Het netto dakvlak: de totale maat min dakramen, doorvoeren en de randzones die vrij moeten blijven.
- De legrichting: liggend of staand, en of meerdere dakvlakken meedoen.
- Schaduw gedurende de dag — één panelenrij in de schaduw drukt de opbrengst van de hele reeks.
- De omvormer: het systeem moet passen binnen wat de omvormer en je aansluiting aankunnen.
- Je eigen verbruik, en of je later opslag of laden toevoegt.
We meten het dakvlak op en leggen obstakels vast.
We maken een legplan met de randzones vrij.
We toetsen het aantal aan je verbruik en je plannen.
Een vol dak is niet automatisch het beste dak. Panelen die grotendeels terugleveren op momenten dat je niets gebruikt, leveren minder op dan een kleiner systeem dat je zelf benut.
Wat we bij de opname vastleggen
Deze gegevens bepalen het legplan voor jouw dak.
- DakmatenPer dakvlak, inclusief helling
- ObstakelsDakramen, schoorsteen, doorvoeren
- SchaduwverloopOchtend, middag en avond
- MeterkastRuimte, groepen en aansluiting
- Je verbruikUit je jaarafrekening

Wat komt eruit?
Referentiecijfers van Milieu Centraal voor Nederlandse woningen: acht panelen leveren ongeveer 3.000 kWh per jaar, tien panelen ongeveer 3.800 kWh, bij een paneelvermogen van zo'n 435 Wp. Dat geldt voor een onbeschaduwd dak met een gunstige oriëntatie. Jouw dak wijkt af — daarom maken we een legplan in plaats van een aantal te noemen.
Kort antwoord
Voor een gemiddeld Nederlands huishouden komen acht tot tien panelen meestal in de buurt. Acht panelen leveren volgens Milieu Centraal ongeveer 3.000 kWh per jaar, tien panelen ongeveer 3.800 kWh. Maar de vraag "hoeveel passen er" en de vraag "hoeveel heb ik nodig" hebben zelden hetzelfde antwoord, en sinds de saldering verdwijnt is dat verschil belangrijker geworden.
Zo reken je het zelf na
Begin bij je jaarverbruik in kilowatturen; dat staat op je jaarafrekening. Deel dat door de opbrengst per paneel en je hebt een eerste aantal. Met de referentiecijfers hierboven levert één paneel ruwweg 375 kWh per jaar op — 3.000 kWh gedeeld door acht panelen.
Een huishouden dat 3.500 kWh per jaar verbruikt komt daarmee op ongeveer negen panelen als je het verbruik volledig wilt dekken. Verbruik je 2.500 kWh, dan zijn zeven panelen genoeg. Dat is het startpunt, geen eindantwoord: het dak moet die panelen kwijt kunnen, en de vraag is bovendien of volledig dekken nog wel het slimste doel is.
Wat het aantal naar beneden bijstelt
- Beschikbaar dakvlak. Dakramen, schoorstenen, ontluchtingspijpen en de verplichte randafstand kosten ruimte. Een dakvlak dat op papier twaalf panelen aankan, houdt er in de praktijk vaak negen of tien over.
- Oriëntatie en helling. Zuid levert per paneel het meeste op. Oost-west levert per paneel minder, maar spreidt de opbrengst over de dag — wat gunstig is voor eigen verbruik.
- Schaduw. Een schoorsteen, boom of dakkapel die een deel van de dag schaduw geeft, kost meer opbrengst dan het beschaduwde oppervlak doet vermoeden. Met optimizers of micro-omvormers blijft de schade beperkt tot het getroffen paneel.
- De omvormer. Die heeft een maximaal vermogen. Wil je later bijplaatsen, dan moet daar bij het ontwerp al rekening mee gehouden zijn.
Een vol dak is niet automatisch het beste dak
Dit is de meest gemaakte denkfout, en hij wordt duurder naarmate 2027 dichterbij komt. Onder de salderingsregeling maakte het weinig uit of je je stroom zelf gebruikte of teruleverde — je kon alles wegstrepen. Zoveel mogelijk panelen leggen was dan bijna altijd gunstig.
Vanaf 1 januari 2027 vervalt dat. Wat je zelf gebruikt bespaart je de volle leveringsprijs; wat je teruglevert brengt de terugleververgoeding op, wettelijk minimaal de helft van het kale tarief. Panelen die vooral produceren op momenten dat je niets verbruikt, leveren daarmee aanzienlijk minder op dan panelen waarvan je de stroom direct gebruikt. Wat dat precies betekent staat in de salderingsregeling stopt in 2027.
De praktische consequentie: het optimale aantal panelen ligt vaker dicht bij je eigen verbruik dan bij de capaciteit van je dak. Wie meer wil opwekken dan hij zelf gebruikt, doet er goed aan eerst te kijken naar wat dat overschot waard is — en of opslag of slim laden dat overschot bruikbaar maakt.
Doe de gratis energiescan; we maken een legplan op basis van je dak en je verbruik.
Veelgestelde vragen
Kan mijn dak het gewicht aan?
In de meeste woningen wel. Bij twijfel — een oud dak, een lichte constructie of een plat dak met ballast — beoordelen we de constructie voordat we een legplan maken.
Moet mijn dak helemaal vol?
Nee. We stemmen het aantal af op je verbruik en je plannen. Wil je later laden of opslaan, dan is ruimer plaatsen logisch; anders levert een kleiner systeem vaak meer per paneel op.
Wat doet schaduw met de opbrengst?
Schaduw op één paneel kan de reeks waarin het zit beïnvloeden. Met de juiste indeling en optimizers beperken we dat, maar structurele schaduw houden we liever helemaal vrij.
Kan ik later panelen bijplaatsen?
Vaak wel, als de omvormer en het legplan daar ruimte voor houden. We leggen bij het ontwerp vast wat de uitbreidingsruimte is.
Onze experts helpen je graag met een plan dat past bij jouw woning en situatie.